Stoer?

‘Mag ik jou misschien iets vragen?’ Ik sta in de drogist te zoeken naar mijn vaste merk doucheschuim. De man zag ik al wel vanuit m’n ooghoek de winkel binnenkomen maar had niet verwacht dat ie op mij af zou komen.
Mij iets vragen mag altijd, zelfs met een fles Dove in m’n handen. Hij begint met te zeggen dat ie denkt dat ik geen onaardig persoon ben. Hij ook niets kan zeggen en gewoon doorlopen, maar besloot dat nu eens niet te doen.
‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’ denk ik. Hij gaat op z’n hurken zitten zodat we op dezelfde hoogte zijn en brandt los.

Een paar weken eerder stond hij achter me bij de kassa in de supermarkt. Ik was mijn boodschappen aan het inpakken en hij had gevraagd of hij me kon helpen. Op zijn vraag reageerde ik toen heel kortaf vond hij en het meisje achter de kassa was het met hem eens zei hij. Blijkbaar hebben ze een blik gewisseld terwijl ik niet keek, ik heb ze in ieder geval niets horen zeggen in die richting.
Meneer denkt niet dat ik een onaardig persoon ben en vond daarom dat hij wel op me af kon stappen om hier met me over te praten. Ik zeg hem dat ik dat volgens mij ook niet ben. Waar hij met me over wil praten of mee wilde helpen is me nog niet helemaal duidelijk. Of eigenlijk helemaal niet. Ik denk nog steeds dat de vraag van hem binnen een paar minuten uit z’n mond rolt. Ik wil meneer niet opjagen, maar ben intussen wel heel nieuwsgierig naar wat zijn vraag nou is. Al lijkt het eerder een heel verhaal te worden. Een verhaal waarbij ik de puzzelstukjes echt moet verzamelen om er daarna een kloppend plaatje van te maken. ‘Wilde hij me helpen met m’n tas terwijl ik bezig was die achterop mijn rolstoel te hangen?’ denk ik, terwijl hij verder praat. Want dan kan ik inderdaad wat kort reageren omdat ik dan bang ben dat mijn arm vast komt te zitten. Dat was het niet. Er gebeurde niets wat mijn arm of balans in gevaar zou brengen. Intussen probeer ik te bedenken wanneer dit was, maar ik kan het me niet herinneren. De man komt me ook niet bekend voor.
Hij vertelt verder. Er lagen veel boodschappen op de band en hij had gevraagd of hij me kon helpen.  Ik reageerde daarop volgens hem heel onaardig. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb. Daar komt ook geen duidelijk antwoord op, maar ik vertel hem dat ’t niet mijn bedoeling is geweest om onaardig te reageren. Als iemand me wil helpen en het is niet nodig, bedank ik en ga verder.
De keer waar de beste man het over heeft, ging het duidelijk anders.
“Had ik iets laten vallen?” vraag ik hem. Ook dat was niet het geval.
Ik vind het stoer van hem dat hij gewoon op me af stapt om dat wat hem dwars zit uit te praten. Fijn dat ik hem kan uitleggen waarom ik deed wat ik deed. Of zei. Of had ik juist iets niet gedaan wat ik had moeten doen? Nog een keer zegt hij dat ik volgens hem geen onaardig persoon ben. Blij dat (nog een keer) te horen, maar ik heb nog geen idee waar hij het precies over heeft! Ik probeer hem een beetje in een goede richting te duwen door te vragen wat de situatie was.

Het duurt nog een x-aantal minuten voor ik alle puzzelstukjes in elkaar kan passen. Wat deze meneer dwarszat, me wilde vragen of me echt even wilde vertellen? Je leest ’t in een volgend blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.