Valt wel mee

Op de meeste zondagen heb ik na de dienst nog tijd voor een bekertje thee en praten met bekenden. Totdat de auto komt om me op te halen. Het is een drukbezochte kerk en vooral naar de eerste dienst van de ochtend komen veel gezinnen met jonge kinderen. Zij kunnen na de dienst nog lekker even spelen terwijl hun ouders aan de thee en koffie zitten.  Ik ben het inmiddels wel gewend dat ze langs me rennen terwijl ik in gesprek ben. Of om tussen de kinderen door te slalommen op zoek naar een rustiger plekje waar ik dan rustig m’n thee kan drinken. Die zondag liep het anders…

Rennen, vliegen
Achter mij loopt iemand die mijn thee in haar handen heeft terwijl ik tussen de pratende mensen doorrijd. In de hoek van de zaal heb ik een vrij rustig hoekje ontdekt waar ik haar naartoe voorga.
Ik sta net stil met mijn thee in mijn handen, nog geen slok genomen want het is nog heet, als ik een jongetje op me af zie rennen.  Hij is al dichtbij me als ik hem zie, kan hem niet meer tegenhouden en botst tegen me aan. Er is geen tijd om weg te draaien, of om mijn thee op veilige afstand van het jongetje of mijzelf te houden. De thee klotst over mijn bekertje, precies boven mijn linker bovenbeen. Ik geef een schreeuw maar die verdwijnt in de drukte. Ik weet dat er nu snel iets moet gebeuren, maar kan niet bij een kan koud water of een kraan. Dat is allemaal te ver weg. Dan komt er een mevrouw op me af die vraagt wat er aan de hand is. Ik leg haar uit dat ik net een beker hete thee over mijn been heb gekregen. Vertel haar ook meteen dat ik mijn benen niet voel, vanaf mijn navel voel ik niets. ‘Nu niet?’ vraagt ze. ‘Nee, nooit!’ roep ik haar toe. Ik kom blijkbaar heel kalm over; huil of schreeuw niet. Maar in mijn hoofd ben ik alles behalve rustig! Pijnprikkels voel ik door mijn handicap vanaf mijn navel niet. Ik reageer daardoor anders dan een ander zou doen als die hete thee over zich heen zou krijgen. De mensen om me heen reageren daar weer op.

Vallen, opstaan
Misschien blijft zij zo kalm om mij rustig te houden, dat kan ook. Ze haalt in het keukentje natte doeken en legt die over en onder mijn broek op mijn been. Zo blijf ik een paar minuten zitten totdat er iemand anders bij ons komt staan. Hij haalt iemand van de EHBO op die een koud kompres op mijn been legt. Het gaat allemaal vrij rustig en kalm, wat ik nog steeds niet begrijp. De mevrouw die bij me zit wil na een tijdje mijn broekspijn omhoog doen om te zien wat de schade is. ‘Het valt mee, volgens mij’, zegt ze. De EHBO’er is het met haar eens. Ik geloof ze niet en ik wil met eigen ogen zien ‘dat het wel meevalt’.
Ik ga samen met degene met wie ik naar de dienst ben gekomen naar de damestoilet. Het aangepast toilet zoeken duurt me te lang. Een paar mensen maken daar een opmerking over, maar ik negeer ze. Het is een warme dag en heb een makkelijke, dunne broek aan. Voorzichtig stroop ik mijn broek omlaag. Mijn huid is wat rood, maar nog heel, voelt wel warm aan. Achteraf kun je je afvragen hoe verstandig het was om m’n broek zo kort na het gebeuren al uit te trekken. Niet, misschien. Maar mijn been was al een tijd gekoeld en mijn broek zat niet strak vastgeplakt. Gelukkig had ik geen spijkerbroek aan! Dan had ik hem echt nooit proberen uit te doen, want ik weet dat je dát niet moet doen.

In de auto naar huis ontdek ik links een gat in mijn broek. Ik kan me dan nog niet bedenken hoe die daar is gekomen, vanmorgen zat die er nog niet. Thuis onderzoek ik op mijn aankleedtafel nog eens goed mijn been. Bovenaan mijn bovenbeen zitten twee blaren, die ik bij mijn eerste onderzoek nog niet had gezien. Het gat in mijn broek zit precies op dezelfde plek; het water heeft een gat in mijn broek gebrand.
Ik fiets toch even naar mijn ouders om te horen of ik nu juist niet of wél iets op de wondjes moet plakken of smeren. Beter van niet, mijn huid moet het herstel zelf doen.

Doorgaan
De dagen daarna praat met een paar vrienden en mensen uit mijn zorgteam over het voorval. Ik begrijp niet hoe de mensen die erbij waren zo rustig bleven. Het voelt een beetje alsof ze niet helemaal begrepen hoe ernstig het was. Ik heb vooral veel vragen; Had ik wel duidelijk genoeg gezegd dat ik mijn benen niet voelde? Of kwam dat doordat ik zo ‘rustig’ bleef? Ik krijg het advies om daar met de EHBO’ers over te praten.
Hebben anderen met mijn handicap ook eens zoiets meegemaakt, hoe zijn ze er dan mee omgegaan? Ik mail de BOSK, een organisatie waar ik al jaren bij aangesloten ben. Zij bieden een luisterend oor en geven advies aan (ouders van) gehandicapten. Mijn verhaal wordt doorgestuurd naar iemand die ook geboren is met mijn handicap. Zij zegt dat ik weinig anders had kunnen doen of reageren. Zij had ook eens zoiets meegemaakt en ongeveer dezelfde reactie gegeven. Ik heb gedaan wat ik kon doen. Met haar erover praten heeft me al wat rustiger gemaakt. Maar ik wil nog graag met de EHBO’ers praten én dat er in de kerk iets over gezegd wordt. De zondag een week later, vlak voor het einde van de dienst, legt de voorganger de kinderen uit waar ze wel en niet mogen rennen. Fijn dat ze meteen een reactie geven op mijn verhaal!

Voor mij geen papieren bekertjes thee na de dienst, maar een stevige thermosbeker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.