Ze vonden dat ze iets goeds deden, op z’n minst. 

“Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij hem gebracht, en hij genas hen.” Ik lees nog verder, maar ben met mijn gedachten niet meer bij wat ik lees. Die blijft bij deze ene zin hangen.
De afgelopen maanden heb ik digitaal naar de kerkdiensten gekeken en soms alleen een stukje uit de Bijbel gelezen. Sinds een paar weken doe ik dat samen een paar anderen die ik in de kerk heb leren kennen.
Als mijn leesbeurt voorbij is, blijft het even stil aan tafel. In de Bijbel wordt er vaker gesproken over genezingen van bijvoorbeeld verlamden en ik merk dat zo’n tekst als deze me raakt. Wat hebben we zojuist gelezen en wat doet de tekst met ons? Moeten we het letterlijk opvatten of juist niet? Ik heb meegekregen dat je Bijbelteksten meestal in beeldspraak moet lezen. En dat is ook de enige manier waarop ik dit kan lezen. De rest van de avond praten we over deze zin en of we zelf geloven in genezingen zoals ze hier beschreven worden. Van het onderwerp ‘genezen’ verschuift het gesprek naar bidden. En wat het met je doet als anderen voor of met je willen bidden. Ons gesprek doet mij denken aan een bijzonder ongemakkelijke ontmoeting midden op de Grote Markt, ruim 10 jaar geleden.

Ik ben met mijn moeder aan het winkelen als we een paar mensen van een Evangelische gemeenschap zien staan. Hetzelfde moment zien ze ons ook en komen onze kant op. Eén ervan gaat op z’n hurken zitten en vraagt me wat er gebeurd is. De toon waarop de man spreekt maakt me nerveus; heel medelijdend.  Als de anderen hem bijvallen met dezelfde woorden en op dezelfde toon, wordt mijn gevoel alleen maar sterker. Ik wil hier weg! En dat is precies wat we doen. We lopen na een korte verontschuldiging verder naar de auto.

De juiste insteek v.s. goede bedoelingen
We hebben niet doorgevraagd, eerlijk gezegd weet ik niet precies wat het doel van deze mensen was. Deels dus een aanname, maar de insteek was toch wel duidelijk; ze zagen iemand in een rolstoel zitten en wilden daarvoor bidden.
“Ze was weer eens heel zielig!” was de heerlijk nuchtere opmerking van mijn moeder, toen we eenmaal thuis erover vertelden.

In mijn vorige blog deelde ik een verhaal over een man die me een sterkte wens toeriep doelend op mijn handicap. En dat die helemaal niet zo’n grote rol speelt voor mij. De twee ontmoetingen liggen voor mijn gevoel een beetje in dezelfde lijn. Die mensen die ons aanspraken hadden ongetwijfeld ook goede bedoelingen. Of vonden dat ze iets goeds deden, op z’n minst.
Het bijna grappige is dat ik in die periode vlak voor een operatie stond die niets te maken had met mijn handicap. Voor een goed verloop van die operatie hadden ze zeker wel mogen bidden! Zonder er verder op in te gaan maar voor wie het zich nu afvraagt; die operatie is goed gegaan.

‘Gebed zonder eind’
Zo’n ervaring geeft mij het gevoel dat men vindt dat ik genezen moet worden. Dat het pas klopt als ik kan lopen. En dus als rolstoeler blijkbaar niet goed genoeg ben, zoiets. Die denkwijze vind ik frustrerend en maakt me ook wel boos. Confrontaties als deze roepen het bij me op, ik voel het niet vanuit mezelf. Ik ben niet boos of gefrustreerd over het feit dat ik een handicap heb.
Ik heb het wel vaker gezegd, maar doe het toch nog een keer: Er zijn tig mensen die rollend door het leven gaan of een ander soort handicap hebben. En waarbij deze voor hen echt niet altijd aanwezig is. Vaak worden we er door andere mensen op gewezen dat we ‘iets’ hebben. En zijn het vooral vaak ánderen die er een probleem van maken en vinden dat ‘t verholpen moet worden.

Ik deelde die ongemakkelijke ontmoeting ook in een Alpha – cursus waar ik aan deelgenomen heb.  Zij gaven me mee dat ik gebed mag weigeren. Een goed advies, dat kwam toen niet bij me op. Vond dat ook onbeleefd, mijn idee was dat je niet ‘mag’ weigeren. Nu denk ik; misschien zeg ik een volgende keer wel dat het dan een ‘gebed zonder eind’ gaat worden. Zolang ik hier ben is dat simpel zo; mijn handicap gaat door heel veel bidden echt niet genezen worden. En dat hoeft ook niet.

Ik geloof wel in de kracht van bidden, maar dit niet de goede manier. Natuurlijk mag je voor of met mensen bidden, maar dan is het van belang dat je dat doet voor wat iemand nodig heeft! Vraag mensen wat ze nodig hebben, ga het niet voor hen invullen. Want dan is het toch echt iets waarvan jíj vindt dat ze het nodig hebben. Dan help je vooral jezelf en niet de ander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.