Bij mensen waarvan ik weet dat ze er één hebben, kom ik liever niet.

Stel je voor; een buggy met daarin een krijsende peuter, een meisje met donkerblonde krulletjes.  Een bruin paard snuffelt nieuwsgierig aan de buggy en de peuter. Misschien is het niet één paard, maar twee. En is de kleur van het paard of de paarden wit en niet bruin. Het meisje heeft zeker donkerblonde krulletjes. En krijst niet van plezier; ze is echt niet blij met dat snuffelende paard (of paarden dus) bij haar buggy! Dat meisje, dat ben ik. 

Er is een foto met daarop de situatie die ik hierboven beschrijf. Maar de details weet ik niet en de foto zit in een van de fotoalbums die bij mijn ouders op zolder staan. Mijn reactie op dieren in mijn buurt is daarna niet veel veranderd. We hebben thuis wel jaren twee huisdieren: poes Joepie en haar zoon Floppie. Soms geef ik ze te eten, wat ik zo snel mogelijk achter de rug wil hebben. Een enkele keer, maar echt héél soms, mogen ze bij me op schoot liggen. Ze zo af en toe even kort aaien vind ik ook best wel oké. Totdat Joepie mij in mijn vinger bijt als ik haar probeer te aaien.

Meestal gaan we elkaar dus uit de weg en dat vinden we allemaal wel prima. Toch raak ik gewend aan die beestjes en horen ze bij het gezin. En als ze kort na elkaar overlijden, vind ik dat toch treurig en is het vreemd om ze niet meer in huis te hebben. Nu denk je misschien dat het vooral gaat om paarden en katten. Mis.

De dieren die ik echt zoveel mogelijk uit de weg ga, zijn honden. Ik ga serieus langzamer fietsen of een andere weg naar huis als ik er één tegenkom. ‘Hij doet echt niets hoor!’ zeggen mensen altijd als ze merken dat op afstand blijf. Dat zal best, maar dat stelt mij niet gerust. De meeste bewoners hier weten inmiddels van mijn “hondenfobie” en doen hun hond even aan de lijn totdat ik voorbij gereden ben.

Er is één uitzondering
Bij mensen waarvan ik weet dat ze er één hebben, kom ik liever niet. Of de hond moet zo ver mogelijk bij mij vandaan blijven. Wat natuurlijk niet altijd lukt. Dat begrijp ik best want zo’n stoel op wielen is natuurlijk erg interessant! Vooral grotere honden die als ze staan met hun kop bijna op dezelfde hoogte als mijn hoofd zijn, word ik niet blij van. Maar kleintjes vind ik onvoorspelbaar en word ik zenuwachtig van. Dus de grootte maakt dan ook weer niet zoveel uit.

Toch kan ik inmiddels zeggen dat ik voor één hond echt niet bang ben! Tijdens mijn vakantie naar Terschelling ging hond Saar met ons mee. Ze luisterde goed, was totaal niet onvoorspelbaar en heel rustig. Saar heeft zelfs een middag bij me op schoot gelegen tijdens een fietstocht! Ze was heel moe en kon simpelweg niet verder lopen. Toen haar baasje d’r bij me in de bakfiets gelegd waar ik in zat. De vakantie zat vol met grensverleggende activiteiten, maar die middag heb ik serieus één van mijn sterkste grenzen verlegd en angst overwonnen. Nou ja, wat betreft deze hond dan.

Waar die angst voor dieren vandaan komt? Geen idee. Zij kunnen er niets aan doen, het is echt iets van mij. Het hoort bij mij en ik ben gewoon geen dierenmens. Soms krijg ik de vraag of een hulphond misschien niet iets voor mij is? Mijn antwoord is altijd een volmondig ‘Nee’. Ik kan heel veel zelf, dus het zou voor mij niet zinvol zijn. En als ‘t echt wel een goede hulp voor mij zou zijn, dan wil ik een Saar-hond.

Zou jij toch een hulphond nemen ook al ben je niet bepaald een hondenfan?

2 gedachtes over “Bij mensen waarvan ik weet dat ze er één hebben, kom ik liever niet.”

  1. Als ik echt geen hondenfan was, zou ik geen hulp hond nemen. Gelukkig zijn er tegenwoordig genoeg technische snufjes die je ook met allerlei dingen kunnen helpen.

    1. Niet als er nog andere oplossingen mogelijk zijn….!
      Als het nodig mocht zijn dat ik (extra) hulp nodig heb, dan zou ik het eerst proberen met een hulpmiddel of aanpassing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.