Stekelig

‘Wat handig dat je die duw-stangen in hoogte kunt verplaatsen!’ Ik ben in de oefenzaal, één van mijn 3 x 15-oefeningen aan het doen. Eerst maak ik mijn serie af voor ik hem antwoord geef. Het is inderdaad handig, dan kan iemand me duwen als dat nodig is. Al ken ik ook mensen die de duw-stangen van hun stoel hebben laten verwijderen. Waarom? Lees verder en je krijgt antwoord op die vraag! Lees verder Stekelig

Valt wel mee update

Vanmorgen heb ik met iemand van de EHBO kunnen praten. Hij vroeg hoe het nu ging. Ik zei dat het goed gaat, maar heb hem ook de foto van m’n wondjes en het gat in mijn broek laten zien. De man is blij dat we elkaar weer tegenkwamen, meestal bellen ze nog even om te vragen hoe het nu gaat. Alleen hadden we verder geen gegevens uitgewisseld, hij wist mijn naam niet eens! Hij legt uit dat ze volgens een protocol helemaal niets mogen vragen, alleen observeren en handelen.
Het was juist goed dat ik meteen had gezegd dat ik mijn benen niet voelde, dat had hij dus wél gehoord. Ik leg hem uit dat ik hem nogal rustig vond overkomen. Zijn antwoord klinkt nu heel logisch; zij zijn getraind om rustig te blijven, om te voorkomen dat ‘de patiënt’ door hún reactie in paniek raakt. Dat ‘niets mogen vragen’ gaan ze door dit ongeluk veranderen in het protocol. Lijkt mij goed!

Valt wel mee

Op de meeste zondagen heb ik na de dienst nog tijd voor een bekertje thee en praten met bekenden. Totdat de auto komt om me op te halen. Het is een drukbezochte kerk en vooral naar de eerste dienst van de ochtend komen veel gezinnen met jonge kinderen. Zij kunnen na de dienst nog lekker even spelen terwijl hun ouders aan de thee en koffie zitten.  Ik ben het inmiddels wel gewend dat ze langs me rennen terwijl ik in gesprek ben. Of om tussen de kinderen door te slalommen op zoek naar een rustiger plekje waar ik dan rustig m’n thee kan drinken. Die zondag liep het anders… Lees verder Valt wel mee

Zo niet, dan toch!

In mijn laatste blog vertelde ik over een man die mij een tijdje geleden aansprak in een winkel. Na een tijd praten was het me nog niet gelukt om alle puzzelstukjes van zijn verhaal op z’n plek te krijgen. Waar wilde de man naartoe? Aan het eind van mijn vorige blog was ik nog bezig om hem in de goede richting te duwen. Achteraf ben ik zeker blij dat ie me heeft aangesproken! Want hij heeft mij daardoor aan het denken gezet. Misschien jou ook wel, als je klaar bent met lezen.

Inmiddels snap ik wel dat zijn pijnpunt ligt bij mijn reactie op zijn hulp. Ik had dus niet iets laten vallen, zover ben ik nu. Misschien wilde hij mijn boodschappen op de band naar me toe schuiven zodat ik er goed bij kon? Ik vraag het hem dat lijkt weer een stukje van de puzzel die nu op de juiste plek ligt. ‘We komen er wel,’ zeg ik in mezelf, ‘maar we zijn er nog niet!’ Hij zegt dat hij dat inderdaad heeft gevraagd en ik daar wél goed op reageerde. Opeens zie ik voor me hoe het is gegaan en ik zeg; ‘Ik vind het prima als mensen dat doen, maar je komt niet ongevraagd aan mijn tas.’ Meneer is het met me eens dat mensen niet zomaar aan je tas mogen komen zonder toestemming van eigenaar. Vanaf dat moment kunnen we samen de puzzel helemaal in elkaar zetten. Want zo is het gegaan: hij vroeg mij na het me toeschuiven van de boodschappen of het zo wel lukte. Waar ik ‘ja’ op antwoordde en hem bedankte voor zijn hulp. Een paar seconden later pakt hij een pak melk en stopt dat zonder iets te zeggen in mijn tas. Dát was iets waarop ik inderdaad geïrriteerd reageerde.

Zelf-doen-syndroom
Waar kwam die irritatie vandaan? Ik had al aangegeven dat ik verder geen hulp meer nodig had. Had al ‘nee’ gezegd dus en als iemand dan tóch ‘ja’ doet, dat valt bij mij verkeerd. Want dan ga bij mij een grens over; nee = nee.
Waarom doet iemand dat? Omdat men dan denkt dat ik toch ‘ja’ bedoel?
Ik heb geen last van een ‘zelf-doen-syndroom’: altijd alles zelf willen doen, ook als iets echt niet lukt. Ik weet alleen goed wat ik wel zelf kan en wat niet.
Wanneer ik echt hulp nodig heb vraag ik er wel om.
Als ik dat niet zou doen, vraag je om ongelukken en heb ik er vooral mezelf mee.
Ik schiet er dus niets mee op om hulp te weigeren als dat echt wel nodig is.
Zomaar maar iets te gaan doen zonder mij te vragen of als ik echt al duidelijk ‘nee’ heb gezegd, dat doe je niet. Dat begreep hij ook toen ik hem dat uitlegde.
Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier zo over denkt!
Ik ben daarom ook wel benieuwd hoe jij hierin staat.

‘Maar de man bedoelde het goed!’. Een opmerking van één van de dames van m’n Blogcluppie. Dat denk jij nu misschien ook wel. Je hebt een punt; het was een aanbod uit goede bedoeling.
Maar als iets goed bedoeld is, moet ik hulp dan altijd maar gewoon accepteren? Ik vind van niet. Niet als ik iets echt wel zelf kan.
Niet als het mij niet echt helpt of, zoals nu, iemand alsnog ‘ja’ doet terwijl ik al ‘nee’ heb gezegd.
Dit was één van de dingen waar ik over nadacht na het gesprek met deze meneer. Iets anders waar ik over na ging denken, was mijn reactie op zulke situaties. Die was voor hem en het meisje achter de kassa niet vanzelfsprekend. Ik snap nu waarom. Voor mij motivatie om een volgende keer misschien minder kortaf te reageren. Uiteindelijk was het een goed gesprek, waar we allebei onze lessen uithaalden!

Stoer?

‘Mag ik jou misschien iets vragen?’ Ik sta in de drogist te zoeken naar mijn vaste merk doucheschuim. De man zag ik al wel vanuit m’n ooghoek de winkel binnenkomen maar had niet verwacht dat ie op mij af zou komen.
Mij iets vragen mag altijd, zelfs met een fles Dove in m’n handen. Hij begint met te zeggen dat ie denkt dat ik geen onaardig persoon ben. Hij ook niets kan zeggen en gewoon doorlopen, maar besloot dat nu eens niet te doen.
‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’ denk ik. Hij gaat op z’n hurken zitten zodat we op dezelfde hoogte zijn en brandt los.
Lees verder Stoer?

Eerste indruk

‘Bij alle activiteiten van een organisatie is het doel een positief beeld van die organisatie te creëren bij de verschillende publieksgroepen. De begrippen imago en identiteit spelen hierbij een belangrijke rol. Het imago is het beeld dat de publieksgroepen van de organisatie hebben. Het gewenste imago is het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar publieksgroepen.’
Dit staat in één van mijn oude studieboeken, ‘Essentie van communicatie’, die ik voor het schrijven van dit blog weer even uit de kast heb gehaald.
Op 20 juni plaatste ik een stuk over de verkiezingsuitzending van de eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’. Nog niet gelezen? Dat kan hier: https://www.petrasqluickstep.nl/2019/06/20/minister-van-gehandicapten-zaken/
Al voor de verkiezing had ik een beeld bij dit nieuwe ‘ministerie’ en dat kwam door het logo. Roept dit logo bij mij een positief beeld op? Of een positief  gewenst imago? Misschien, misschien niet. Het was in ieder geval inspiratie voor een nieuw blog!

Lees verder Eerste indruk