Protocol: Niets vragen, alleen observeren en handelen

Vanmorgen heb ik met iemand van de EHBO kunnen praten. Hij vroeg hoe het nu gaat. Ik zei dat het goed gaat, maar heb hem ook de foto van m’n wondjes en het gat in mijn broek laten zien. De man is blij dat we elkaar weer tegenkwamen. Meestal bellen ze nog even om te vragen hoe het nu gaat. Alleen hadden we verder geen gegevens uitgewisseld, hij wist mijn naam niet eens! Hij legt uit dat ze volgens een protocol helemaal niets mogen vragen, alleen observeren en handelen.

Het was juist goed dat ik meteen had gezegd dat ik mijn benen niet voelde, dat had hij dus wél gehoord. Ik leg hem uit dat ik hem nogal rustig vond overkomen. Zijn antwoord klinkt nu heel logisch; zij zijn getraind om rustig te blijven, om te voorkomen dat ‘de patiënt’ door hún reactie in paniek raakt. Dat ‘niets mogen vragen’ gaan ze door dit ongeluk veranderen in het protocol. Lijkt mij goed!

Please follow and like us:

Ik geef een schreeuw, maar die verdwijnt in de drukte.

Op de meeste zondagen heb ik na de dienst nog tijd voor een bekertje thee en praten met bekenden. Totdat de auto komt om me op te halen. Het is een drukbezochte kerk en vooral naar de eerste dienst van de ochtend komen veel gezinnen met jonge kinderen. Zij kunnen na de dienst nog lekker even spelen terwijl hun ouders aan de thee en koffie zitten.  Ik ben het inmiddels wel gewend dat ze langs me rennen terwijl ik in gesprek ben. Of om tussen de kinderen door te slalommen op zoek naar een rustiger plekje. Pas dan ik dan rustig m’n thee drinken. Die zondag liep het anders… Verder lezen Ik geef een schreeuw, maar die verdwijnt in de drukte.

Please follow and like us:

Als het goed bedoeld is, hulp dan altijd maar gewoon accepteren?

In mijn laatste blog vertelde ik over een man die mij een tijdje geleden aansprak in een winkel. Na een tijd praten was het me nog niet gelukt om alle puzzelstukjes van zijn verhaal op z’n plek te krijgen. Waar wilde de man naartoe? Aan het eind van mijn vorige blog was ik nog bezig om hem in de goede richting te duwen. Achteraf ben ik zeker blij dat ie me heeft aangesproken! Want hij heeft mij daardoor aan het denken gezet. Misschien jou ook wel, als je klaar bent met lezen.

Inmiddels snap ik wel dat zijn pijnpunt ligt bij mijn reactie op zijn hulp. Ik had dus niet iets laten vallen, zover ben ik nu. Misschien wilde hij mijn boodschappen op de band naar me toe schuiven zodat ik er goed bij kon? Ik vraag het hem dat lijkt weer een stukje van de puzzel die nu op de juiste plek ligt. ‘We komen er wel,’ zeg ik in mezelf, ‘maar we zijn er nog niet!’ Hij zegt dat hij dat inderdaad heeft gevraagd en ik daar wél goed op reageerde. Opeens zie ik voor me hoe het is gegaan en ik zeg; ‘Ik vind het prima als mensen dat doen, maar je komt niet ongevraagd aan mijn tas.’ Meneer is het met me eens dat mensen niet zomaar aan je tas mogen komen zonder toestemming van eigenaar.
Vanaf dat moment kunnen we samen de puzzel helemaal in elkaar zetten. Want zo is het gegaan: hij vroeg mij na het me toeschuiven van de boodschappen of het zo wel lukte. Waar ik ‘ja’ op antwoordde en hem bedankte voor zijn hulp. Een paar seconden later pakt hij een pak melk en stopt dat zonder iets te zeggen in mijn tas. Dát was iets waarop ik inderdaad geïrriteerd reageerde.

Zelf-doen-syndroom
Waar kwam die irritatie vandaan? Ik had al aangegeven dat ik verder geen hulp meer nodig had. Had al ‘nee’ gezegd dus en als iemand dan tóch ‘ja’ doet, dat valt bij mij verkeerd. Want dan ga bij mij een grens over; nee = nee.
Waarom doet iemand dat? Omdat men dan denkt dat ik toch ‘ja’ bedoel?
Ik heb geen last van een ‘zelf-doen-syndroom’: altijd alles zelf willen doen, ook als iets echt niet lukt. Ik weet alleen goed wat ik wel zelf kan en wat niet. Wanneer ik echt hulp nodig heb vraag ik er wel om.
Als ik dat niet zou doen, vraag je om ongelukken en heb ik er vooral mezelf mee.Ik schiet er dus niets mee op om hulp te weigeren als dat echt wel nodig is.

Zomaar maar iets te gaan doen zonder mij te vragen of als ik echt al duidelijk ‘nee’ heb gezegd, dat doe je niet. Dat begreep hij ook toen ik hem dat uitlegde.
Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier zo over denkt!
Ik ben daarom ook wel benieuwd hoe jij hierin staat.

‘Maar de man bedoelde het goed!’. Een opmerking van één van de dames van m’n Blogcluppie. Dat denk jij nu misschien ook wel. Je hebt een punt; het was een aanbod uit goede bedoeling.
Maar als het goed bedoeld is, moet ik hulp dan altijd maar gewoon accepteren? Ik vind van niet. Niet als ik iets echt wel zelf kan.
Niet als het mij niet echt helpt of, zoals nu, iemand alsnog ‘ja’ doet terwijl ik al ‘nee’ heb gezegd.

Dit was één van de dingen waar ik over nadacht na het gesprek met deze meneer. Iets anders waar ik over na ging denken, was mijn reactie op zulke situaties. Die was voor hem en het meisje achter de kassa niet vanzelfsprekend. Ik snap nu waarom. Voor mij motivatie om een volgende keer misschien minder kortaf te reageren. Uiteindelijk was het een goed gesprek, waar we allebei onze lessen uithaalden!

Please follow and like us:

‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’

‘Mag ik jou misschien iets vragen?’ Ik sta in de drogist te zoeken naar mijn vaste merk doucheschuim. De man zag ik al wel de winkel binnenkomen maar had niet verwacht dat ie op mij af zou komen.
Mij iets vragen mag altijd, zelfs met een fles Dove in m’n handen. Hij begint met te zeggen dat ie denkt dat ik geen onaardig persoon ben. Hij kan ook niets zeggen en doorlopen, maar besloot dat nu eens niet te doen.
‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’ denk ik. Hij gaat op z’n hurken zitten zodat we op dezelfde hoogte zijn en brandt los.
Verder lezen ‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’

Please follow and like us:

Mijn nichtje heeft mij één keer een ‘waarom-vraag’ gesteld.

‘Petra, waarom…?’

Kinderen rond de drie jaar gaan na de peuterpuberteit een nieuwe fase in. Op bijna alles wat jij zegt volgt; “maar waarom?’ of ‘waarom dan?’ Meestal geef je in het begin wel echt antwoord op die vragen. Totdat je niet meer weet wat je moet zeggen en probeert ’t kind af te leiden. Wat meestal goed werkt. Herkenbaar? Mijn nichtje is vier en heeft die fase ook gehad. Ze heeft mij één keer een ‘waarom-vraag gesteld’, meteen een hele goede. ‘Petra, waarom kan jij niet lopen?’ Verder lezen Mijn nichtje heeft mij één keer een ‘waarom-vraag’ gesteld.

Please follow and like us:

Zou ik mee willen werken aan dit programma als ze me zouden vragen?

‘Je zal het maar hebben’

Kortgeleden had ik een gesprek met een bekende over een tv programma. In dat programma worden mensen met een handicap of aandoening een paar dagen gevolgd. Om een beeld te krijgen van hun dagelijks leven. Ze vraagt zich af of zo’n programma niet net iets teveel is. Moet je mensen die er net even anders uitzien of leven wel zo onder een vergrootglas leggen? Is het goed om hun verhalen te laten zien? Ze vraagt me ook of ik aan zo’n programma mee zou werken. Haar vragen zetten mij aan het denken over wat ik vind van het bestaan van zulke programma’s. Verder lezen Zou ik mee willen werken aan dit programma als ze me zouden vragen?

Please follow and like us:

Het voelt wel gek om ineens vier extra wielen te hebben.

‘He dat is handig!’ Ik gebruik hem vandaag voor het eerst, dus of het echt handig is weet ik nog niet! Na het ontdekken van de winkelkarren 2.0 heb ik ze toch nog een paar keer laten staan. Totdat mijn nieuwsgierigheid het won van de reactie van anderen. Maar wat blijkt, de eerste reactie was juist heel leuk!
Onder deel 1 zag ik een aantal vragen van lezers staan en heb de afgelopen weken meer vragen gehoord. Op die vragen zal ik in deze blog ook antwoord geven.
Verder lezen Het voelt wel gek om ineens vier extra wielen te hebben.

Please follow and like us:

Ik weet wat ‘t zijn, maar toch zien ze er anders uit

In mijn ooghoek zie ik ze staan, helemaal achteraan in de rij. Verscholen in een hoekje. Staan ze daar al lang of heb ik ‘t gewoon eerder niet gezien? Langzaam rijd ik erop af om dat wat ik zag beter te kunnen bekijken.
Aan de binnenkant hangt een bordje met 4 plaatjes van rolstoelers. Twee waarop staat hoe het wél moet en twee waarop staat hoe het echt níet moet. Aan de voorkant een buis met een gat erin. Of de voorkant is de achterkant, dat kan ook nog.
Twee stangen wijzen naar voren met aan de uiteinden zwarte klemmen. Ik weet wat ‘t zijn, maar toch zien ze er anders uit: winkelkarren. Verder lezen Ik weet wat ‘t zijn, maar toch zien ze er anders uit

Please follow and like us:

Ik begrijp het wanneer mensen zo reageren.

‘Ja hoor, heb je die gehandicapten weer te zeuren!’ en ‘Jemig, hebben ze weer aandacht nodig?’ Het zijn opmerkingen die ik een tijd geleden las onder een interview met een jongen die in een rolstoel zit. Hij vertelde over zijn ervaringen in een winkel en op straat. Over wat er gebeurt als iemand hem zomaar ‘helpt’. Wat iemand beter zou kunnen doen als hij of zij iemand wil helpen die in een rolstoel zit. Maar het liefst zou hij zien dat mensen niet meteen aandacht besteden aan het feit dat hij een handicap heeft. Veel van wat hij vertelt herken ik, heb een aantal situaties die hij omschrijft zelf meegemaakt.
De opmerkingen onder het interview herken ik ook.
Ik begrijp het wanneer mensen zo reageren. Hoe dat komt?
Dit is vaak hoe iemand zonder handicap geconfronteerd wordt met gehandicapten. Niet alleen in programma’s op televisie, ook in de krant. Het zijn in de ogen van degenen die reageren mensen die zeuren en vragen om aandacht.
Verder lezen Ik begrijp het wanneer mensen zo reageren.

Please follow and like us: