Even blijf ik stil liggen, kan even niet nadenken of bewegen. Ik blokkeer.

In mijn badkamer staat een aankleedtafel waarop ik mijn dagelijkse verzorging doe en liggend mijn broek aan kan trekken. Daarbij heb ik aan de muur een handvat waaraan ik mezelf kan optrekken om weer rechtop te kunnen gaan zitten.
Die tafel kan ik niet oppakken en meenemen en het handvat zit muurvast. Dus bij anderen thuis en tijdens vakanties kleed ik mij aan op bed. Het kost iets meer moeite en tijd maar ik kan me op die manier dan ook zelf redden.
Maar deze zomervakantie ging dat net even anders dan gedacht…

Verder lezen Even blijf ik stil liggen, kan even niet nadenken of bewegen. Ik blokkeer.

Ik hoop dat ze iets aan ons gesprekje heeft gehad.

Een paar weken voor mijn zomervakantie ga ik altijd door mijn kledingkast om te zien wat ik nog nodig heb. Gewapend met een ‘to shop’ lijst ga ik het weekend daarna dan met mijn moeder de stad in. Het is inmiddels een jaarlijkse traditie en dus gaan we ook voor deze zomervakantie een middagje shoppen.  We zijn al een tijd niet in de stad geweest en het valt ons op dat er een aantal nieuwe winkels zijn bijgekomen. We gaan één van de nieuwe winkels binnen en ik zie direct dat de vrouwenkleding niet op de begane grond is, maar beneden. “Hebben jullie een lift?” vraag ik. “Nee, helaas niet” zegt één van de verkoopsters. “Eigenlijk zouden alle winkels nu toegankelijk moeten zijn…” 

Verder lezen Ik hoop dat ze iets aan ons gesprekje heeft gehad.

Mijn hart bonst nog in mijn keel wanneer ik de winkel binnenrijd.

Bij de supermarkt sta ik voor de draaideur te wachten tot ik naar binnen kan. Net als ik mijn handen aan mijn hoepels wil zetten om naar binnen te rijden, vlieg ik naar voren en zoef door de draaideur. “Hé!” roep ik verbaast. Ik haal mijn handen net op tijd van de hoepels. Laat ze langs mijn wielen hangen tot ik aan de andere kant van de draaideur ben. Mijn hart bonst nog in mijn keel wanneer ik verder de winkel binnenrijd. “Ik wilde je alleen maar even over de drempel helpen, hoor!” zegt een mannenstem beledigd achter me. Ik reageer niet. Verder lezen Mijn hart bonst nog in mijn keel wanneer ik de winkel binnenrijd.