Zo niet, dan toch!

In mijn laatste blog vertelde ik over een man die mij een tijdje geleden aansprak in een winkel. Na een tijd praten was het me nog niet gelukt om alle puzzelstukjes van zijn verhaal op z’n plek te krijgen. Waar wilde de man naartoe? Aan het eind van mijn vorige blog was ik nog bezig om hem in de goede richting te duwen. Achteraf ben ik zeker blij dat ie me heeft aangesproken! Want hij heeft mij daardoor aan het denken gezet. Misschien jou ook wel, als je klaar bent met lezen.

Inmiddels snap ik wel dat zijn pijnpunt ligt bij mijn reactie op zijn hulp. Ik had dus niet iets laten vallen, zover ben ik nu. Misschien wilde hij mijn boodschappen op de band naar me toe schuiven zodat ik er goed bij kon? Ik vraag het hem dat lijkt weer een stukje van de puzzel die nu op de juiste plek ligt. ‘We komen er wel,’ zeg ik in mezelf, ‘maar we zijn er nog niet!’ Hij zegt dat hij dat inderdaad heeft gevraagd en ik daar wél goed op reageerde. Opeens zie ik voor me hoe het is gegaan en ik zeg; ‘Ik vind het prima als mensen dat doen, maar je komt niet ongevraagd aan mijn tas.’ Meneer is het met me eens dat mensen niet zomaar aan je tas mogen komen zonder toestemming van eigenaar. Vanaf dat moment kunnen we samen de puzzel helemaal in elkaar zetten. Want zo is het gegaan: hij vroeg mij na het me toeschuiven van de boodschappen of het zo wel lukte. Waar ik ‘ja’ op antwoordde en hem bedankte voor zijn hulp. Een paar seconden later pakt hij een pak melk en stopt dat zonder iets te zeggen in mijn tas. Dát was iets waarop ik inderdaad geïrriteerd reageerde.

Zelf-doen-syndroom
Waar kwam die irritatie vandaan? Ik had al aangegeven dat ik verder geen hulp meer nodig had. Had al ‘nee’ gezegd dus en als iemand dan tóch ‘ja’ doet, dat valt bij mij verkeerd. Want dan ga bij mij een grens over; nee = nee.
Waarom doet iemand dat? Omdat men dan denkt dat ik toch ‘ja’ bedoel?
Ik heb geen last van een ‘zelf-doen-syndroom’: altijd alles zelf willen doen, ook als iets echt niet lukt. Ik weet alleen goed wat ik wel zelf kan en wat niet.
Wanneer ik echt hulp nodig heb vraag ik er wel om.
Als ik dat niet zou doen, vraag je om ongelukken en heb ik er vooral mezelf mee.
Ik schiet er dus niets mee op om hulp te weigeren als dat echt wel nodig is.
Zomaar maar iets te gaan doen zonder mij te vragen of als ik echt al duidelijk ‘nee’ heb gezegd, dat doe je niet. Dat begreep hij ook toen ik hem dat uitlegde.
Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier zo over denkt!
Ik ben daarom ook wel benieuwd hoe jij hierin staat.

‘Maar de man bedoelde het goed!’. Een opmerking van één van de dames van m’n Blogcluppie. Dat denk jij nu misschien ook wel. Je hebt een punt; het was een aanbod uit goede bedoeling.
Maar als iets goed bedoeld is, moet ik hulp dan altijd maar gewoon accepteren? Ik vind van niet. Niet als ik iets echt wel zelf kan.
Niet als het mij niet echt helpt of, zoals nu, iemand alsnog ‘ja’ doet terwijl ik al ‘nee’ heb gezegd.
Dit was één van de dingen waar ik over nadacht na het gesprek met deze meneer. Iets anders waar ik over na ging denken, was mijn reactie op zulke situaties. Die was voor hem en het meisje achter de kassa niet vanzelfsprekend. Ik snap nu waarom. Voor mij motivatie om een volgende keer misschien minder kortaf te reageren. Uiteindelijk was het een goed gesprek, waar we allebei onze lessen uithaalden!

Stoer?

‘Mag ik jou misschien iets vragen?’ Ik sta in de drogist te zoeken naar mijn vaste merk doucheschuim. De man zag ik al wel vanuit m’n ooghoek de winkel binnenkomen maar had niet verwacht dat ie op mij af zou komen.
Mij iets vragen mag altijd, zelfs met een fles Dove in m’n handen. Hij begint met te zeggen dat ie denkt dat ik geen onaardig persoon ben. Hij ook niets kan zeggen en gewoon doorlopen, maar besloot dat nu eens niet te doen.
‘Stoer! Die houding zou ik ook wel wat vaker willen hebben!’ denk ik. Hij gaat op z’n hurken zitten zodat we op dezelfde hoogte zijn en brandt los.
Lees verder Stoer?

Eerste indruk

‘Bij alle activiteiten van een organisatie is het doel een positief beeld van die organisatie te creëren bij de verschillende publieksgroepen. De begrippen imago en identiteit spelen hierbij een belangrijke rol. Het imago is het beeld dat de publieksgroepen van de organisatie hebben. Het gewenste imago is het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar publieksgroepen.’
Dit staat in één van mijn oude studieboeken, ‘Essentie van communicatie’, die ik voor het schrijven van dit blog weer even uit de kast heb gehaald.
Op 20 juni plaatste ik een stuk over de verkiezingsuitzending van de eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’. Nog niet gelezen? Dat kan hier: https://www.petrasqluickstep.nl/2019/06/20/minister-van-gehandicapten-zaken/
Al voor de verkiezing had ik een beeld bij dit nieuwe ‘ministerie’ en dat kwam door het logo. Roept dit logo bij mij een positief beeld op? Of een positief  gewenst imago? Misschien, misschien niet. Het was in ieder geval inspiratie voor een nieuw blog!

Lees verder Eerste indruk

Rolstoel Roadmovie afl. 3

Zelfstandig wonen, zomaar even ergens heen gaan of werken. Voor veel mensen heel normaal. Kun je dat ook allemaal wanneer je een handicap hebt? Ja, vaak wel. Het kost je wat meer energie en geregel, maar het kan.
Hoe kan de overheid hierbij helpen? Kan je echt wel onafhankelijk worden? Mari zoekt naar het antwoord op die vragen in ‘Onafhankelijkheid’, de laatste aflevering van Rolstoel Roadmovie. Deze had je nog van me tegoed!

Spanje
Bij Illunion, dat meerdere vestigingen heeft in het land, heeft 80% van de werknemers een handicap. Zonder dit bedrijf zouden gehandicapten weinig tot geen kans hebben op een betaalde baan. Bedrijven geven als reden bang te zijn dat ze het werk niet aankunnen of te veel hulp nodig hebben. Dat is hier niet veel anders; 7 op de 10 mensen met een handicap hebben geen betaald werk. Vaak geven bedrijven hier ook dezelfde redenen op, totdat ze één of een aantal in dienst nemen en dan zien dat ’t best goed gaat. Vaak kom je met een aantal (praktische) aanpassingen een heel eind. Denk wel dat het meer dan bij andere werknemers belangrijk is dat je vooraf een goed gesprek hebt over wat je van elkaar verwacht. Zo krijg je geen verkeerde verwachtingen.  Volgens mij is er dan een grote kans dat de samenwerking slaagt.
Maar dat 80% van je werknemers een handicap heeft, lijkt me niet goed en niet nodig ook. Dan loop je volgens mij het risico dat de collega’s zonder handicap zich juist een uitzondering gaan voelen. En als je dat percentage wil houden, neem je mensen dan niet om de verkeerde redenen aan? Omdat ze een handicap hebben niet omdat ze een goede aanvulling zijn voor je organisatie?
Een signaal geven dat het echt wel werkt, geef je ook af met een verhouding van 50/50 of 60/40.

Bulgarije
In Sofia had Mari een gesprek met Kapka Panayotova (European Network of Independent Living) over Het Dorp in Nederland, opgericht door Mies Bouwman. Het zei mij niets, maar het is gebouwd in de jaren ’60 en bestaat nog steeds, maar dan een wat modernere variant (SiZa Het Dorp). Een dorp waar alleen mensen met een handicap woonden, om deze doelgroep zo beter in beeld te brengen. Als antwoord op de instellingen waar ze meer verstopt zaten. Nu kennen we die ‘dorpen’ meer als woonvormen. Het leek in die tijd een goede oplossing, maar dat was het niet. Als je wilt dat mensen zonder handicap wennen aan het feit dat er ook mensen zijn die ‘iets’ hebben, moet je hen juist niet allemaal bij elkaar in één gebied zetten. Dat werkt niet.
Nu is het veel vaker zo dat in een flatgebouw mensen met en zonder handicap samen wonen. In mijn ogen een veel beter idee!

Kapka vindt het belangrijk dat gehandicapten (nog) meer voor zichzelf opkomen. Zelf meer hun stem laten horen dan anderen voor hen laten praten. Ben ik het mee eens, maar dat lukt niet altijd. Ik merk regelmatig dat er echt pas actie komt als ik iemand anders het woord laat doen. Met als resultaat dat er dan óver je gepraat wordt in plaats van mét je. Dat wil je niet, maar soms is dat de enige manier om ervoor te zorgen dat je gehoord wordt.
Het is niet alleen bij gehandicapten zo, dit zie je veel vaker. Bij mensen die thuiszorg nodig hebben of op een andere manier hulp krijgen net zo goed. Ik ga gesprekken nog wel zelf aan, maar vaak zit er dan dus iemand naast me. Om in te springen als de boodschap niet overkomt. Gek genoeg lukt het dan vaak wél om iets voor elkaar te krijgen. Of ik laat er nog even achteraan bellen, dat werkt ook.

‘Minister van Gehandicaptenzaken’

Maandag 17 juni werd in een tv-programma door kijkers en een jury uit zes kandidaten de ‘Minister van gehandicaptenzaken’ gekozen. Zij hadden een maand voor de ‘verkiezing’ in hun omgeving campagne gevoerd om stemmen te winnen.
Ik zag de aankondiging van het programma een paar dagen voor de uitzending. Later een filmpje van de kandidaten op YouTube. Eéntje bleek uit mijn provincie te komen! Niets van meegekregen. Het was me nog niet helemaal duidelijk wat die persoon nu voor ‘functie’ krijgt. Dan maar gewoon kijken om daar achter te komen. Aan het einde van de uitzending werd de ‘winnaar’ bekend gemaakt door Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heb ook gestemd op één van de kandidaten. Zijn de ‘winnaar’ en mijn favoriete kandidaat dezelfde? Wat is het belangrijkste doel van de eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’?
Lees verder ‘Minister van Gehandicaptenzaken’