Eerste indruk

‘Bij alle activiteiten van een organisatie is het doel een positief beeld van die organisatie te creëren bij de verschillende publieksgroepen. De begrippen imago en identiteit spelen hierbij een belangrijke rol. Het imago is het beeld dat de publieksgroepen van de organisatie hebben. Het gewenste imago is het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar publieksgroepen.’
Dit staat in één van mijn oude studieboeken, ‘Essentie van communicatie’, die ik voor het schrijven van dit blog weer even uit de kast heb gehaald.
Op 20 juni plaatste ik een stuk over de verkiezingsuitzending van de eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’. Nog niet gelezen? Dat kan hier: https://www.petrasqluickstep.nl/2019/06/20/minister-van-gehandicapten-zaken/
Al voor de verkiezing had ik een beeld bij dit nieuwe ‘ministerie’ en dat kwam door het logo. Roept dit logo bij mij een positief beeld op? Of een positief  gewenst imago? Misschien, misschien niet. Het was in ieder geval inspiratie voor een nieuw blog!

Lees verder Eerste indruk

Rolstoel Roadmovie afl. 3

Zelfstandig wonen, zomaar even ergens heen gaan of werken. Voor veel mensen heel normaal. Kun je dat ook allemaal wanneer je een handicap hebt? Ja, vaak wel. Het kost je wat meer energie en geregel, maar het kan.
Hoe kan de overheid hierbij helpen? Kan je echt wel onafhankelijk worden? Mari zoekt naar het antwoord op die vragen in ‘Onafhankelijkheid’, de laatste aflevering van Rolstoel Roadmovie. Deze had je nog van me tegoed!

Spanje
Bij Illunion, dat meerdere vestigingen heeft in het land, heeft 80% van de werknemers een handicap. Zonder dit bedrijf zouden gehandicapten weinig tot geen kans hebben op een betaalde baan. Bedrijven geven als reden bang te zijn dat ze het werk niet aankunnen of te veel hulp nodig hebben. Dat is hier niet veel anders; 7 op de 10 mensen met een handicap hebben geen betaald werk. Vaak geven bedrijven hier ook dezelfde redenen op, totdat ze één of een aantal in dienst nemen en dan zien dat ’t best goed gaat. Vaak kom je met een aantal (praktische) aanpassingen een heel eind. Denk wel dat het meer dan bij andere werknemers belangrijk is dat je vooraf een goed gesprek hebt over wat je van elkaar verwacht. Zo krijg je geen verkeerde verwachtingen.  Volgens mij is er dan een grote kans dat de samenwerking slaagt.
Maar dat 80% van je werknemers een handicap heeft, lijkt me niet goed en niet nodig ook. Dan loop je volgens mij het risico dat de collega’s zonder handicap zich juist een uitzondering gaan voelen. En als je dat percentage wil houden, neem je mensen dan niet om de verkeerde redenen aan? Omdat ze een handicap hebben niet omdat ze een goede aanvulling zijn voor je organisatie?
Een signaal geven dat het echt wel werkt, geef je ook af met een verhouding van 50/50 of 60/40.

Bulgarije
In Sofia had Mari een gesprek met Kapka Panayotova (European Network of Independent Living) over Het Dorp in Nederland, opgericht door Mies Bouwman. Het zei mij niets, maar het is gebouwd in de jaren ’60 en bestaat nog steeds, maar dan een wat modernere variant (SiZa Het Dorp). Een dorp waar alleen mensen met een handicap woonden, om deze doelgroep zo beter in beeld te brengen. Als antwoord op de instellingen waar ze meer verstopt zaten. Nu kennen we die ‘dorpen’ meer als woonvormen. Het leek in die tijd een goede oplossing, maar dat was het niet. Als je wilt dat mensen zonder handicap wennen aan het feit dat er ook mensen zijn die ‘iets’ hebben, moet je hen juist niet allemaal bij elkaar in één gebied zetten. Dat werkt niet.
Nu is het veel vaker zo dat in een flatgebouw mensen met en zonder handicap samen wonen. In mijn ogen een veel beter idee!

Kapka vindt het belangrijk dat gehandicapten (nog) meer voor zichzelf opkomen. Zelf meer hun stem laten horen dan anderen voor hen laten praten. Ben ik het mee eens, maar dat lukt niet altijd. Ik merk regelmatig dat er echt pas actie komt als ik iemand anders het woord laat doen. Met als resultaat dat er dan óver je gepraat wordt in plaats van mét je. Dat wil je niet, maar soms is dat de enige manier om ervoor te zorgen dat je gehoord wordt.
Het is niet alleen bij gehandicapten zo, dit zie je veel vaker. Bij mensen die thuiszorg nodig hebben of op een andere manier hulp krijgen net zo goed. Ik ga gesprekken nog wel zelf aan, maar vaak zit er dan dus iemand naast me. Om in te springen als de boodschap niet overkomt. Gek genoeg lukt het dan vaak wél om iets voor elkaar te krijgen. Of ik laat er nog even achteraan bellen, dat werkt ook.

‘Minister van Gehandicaptenzaken’

Maandag 17 juni werd in een tv-programma door kijkers en een jury uit zes kandidaten de ‘Minister van gehandicaptenzaken’ gekozen. Zij hadden een maand voor de ‘verkiezing’ in hun omgeving campagne gevoerd om stemmen te winnen.
Ik zag de aankondiging van het programma een paar dagen voor de uitzending. Later een filmpje van de kandidaten op YouTube. Eéntje bleek uit mijn provincie te komen! Niets van meegekregen. Het was me nog niet helemaal duidelijk wat die persoon nu voor ‘functie’ krijgt. Dan maar gewoon kijken om daar achter te komen. Aan het einde van de uitzending werd de ‘winnaar’ bekend gemaakt door Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heb ook gestemd op één van de kandidaten. Zijn de ‘winnaar’ en mijn favoriete kandidaat dezelfde? Wat is het belangrijkste doel van de eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’?
Lees verder ‘Minister van Gehandicaptenzaken’

Rolstoel Roadmovie afl. 2

Titel van de aflevering: ‘Acceptatie’, een sportieve aflevering waarin Mari hard aan het werk wordt gezet. Onder andere door rolstoeltrainer Kees-Jan van der Klooster die hem een lesje ‘traprollen’ gaf.
Gehandicapten kunnen vaak meer dan ze denken, zegt hij en leert ze hun grenzen op te zoeken.
De eerste aflevering heb ik twee blogs over geschreven, omdat ik zo ongeveer alles in de aflevering de moeite waard vond om te noemen. Maar ik bedacht me dat het er vooral om gaat dat je hier mijn mening leest over bepaalde onderwerpen. Dus concentreer ik me op een aantal punten.
Vraag die centraal stond in de aflevering: Moet je je handicap proberen te verslaan of er juist van profiteren?

Barcelona
De stad staat bekend als heel toegankelijk voor mensen met een handicap.
Zelfs in het oudste deel van de stad kun je je goed redden. Een paar jaar voordat de Paralympische Spelen in 1992 er gehouden werden, is de hele stad aangepakt totdat het helemaal toegankelijk was. In dat jaar kwamen voor het eerst veel bezoekers naar de Paralympische Spelen. Een keerpunt voor de bekendheid ervan. Bezoekers zagen in het begin de deelnemers, gehandicapten dus, als imperfect en hadden veel vooroordelen. Die vooroordelen verdwenen en de in hun ogen imperfecte mensen veranderden in sporters. Ik heb dat keerpunt ook gezien bij mensen. Na een dansdemonstratie een paar jaar geleden hoorde ik van iemand dat ze aan het begin van het kwartier vooral rolstoelers zag die bewogen. In de minuten daarna werden we voor haar dansers. Concentreer je op dat wat iemand doet en niet hoe iemand eruit ziet. De kans is groot dat de handicap niet meer belangrijk is. Dan zijn het gewoon mensen die iets doen waar ze goed in zijn.

Aylesbury ( Verenigd Koninkrijk)
De stad waar militairen en veteranen na de Tweede Wereldoorlog naartoe gingen om te revalideren. Sporten bleek een grote rol te spelen in hun herstel. Niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. De sportschool bestaat nog steeds en is zo ingericht dat mensen met een handicap er kunnen sporten. Mari test ’t en kan inderdaad alle apparaten gebruiken. Zelfs op een loopband (iets wat er op lijkt dan) rollen is mogelijk. Ik wist niet dat zoiets bestond, zo leer je nog eens iets!
Weet iemand of er ook sportscholen in Nederland zijn waar je als gehandicapte goed kunt sporten? Ben ik wel benieuwd naar, laat dan even een reactie achter!
Sinds bijna twee jaar train ik iedere week in een oefenzaal met een fysiotherapeut en dat gaat prima. Maar in een echte sportschool kunnen sporten zou nog beter zijn!

Mari heeft een gesprek met Tara Flood (zwemster) over een video waarin sporters met een handicap ‘Superhuman’ genoemd worden. Alsof ze supermensen zijn en iets doen wat eigenlijk onmogelijk is. Ze willen niet toegejuicht en geprezen worden omdat ze een handicap hebben, maar omdat ze topsport uitoefenen. Sporters zonder handicap noemen we toch ook niet zo? Wat zij doen is net zo bijzonder. Topsport is topsport. Met of zonder handicap.

Sitdown comedian
Jack gebruikt zijn handicap juist in zijn werk, hij gebruikt ’t als inspiratiebron voor zijn shows. Voor Mari was het een reden om iets te willen doen wat niets met zijn handicap te maken had. Vooral niet ermee bezig zijn of de nadruk erop leggen.
Misschien om vooral te benadrukken dat hij niet zijn handicap was. Dat heb ik ook heel lang gehad. Iets willen doen wat er helemaal niets mee te maken had, iets ‘normaals’.
Totdat ik bedacht dat ik het ook kon gebruiken. Om mensen kennis te laten maken met mijn wereld als mens met handicap, door erover te schrijven. Een mooie manier om de andere kant te bekijken. En zo mijn en jouw manier van denken te leren begrijpen.

Mijn probleem = ons probleem
Acteur Mat Fraser is één van de weinige acteurs met een handicap. Om hem éérst als acteur te zien en dan pas wat er anders is aan hem is vaak lastig, vertelt hij. Hij wordt wel geaccepteerd en gerespecteerd als acteur, maar z’n ‘anders zijn’ is vaak onderwerp in een gesprek. Je kunt ‘t toch blijkbaar niet negeren.
In deze documentaire is ’t ook onderwerp van gesprek. Hij gaat over gehandicapten die speciaal zijn in Europa maar met de boodschap: dit moet normaal worden. Het moet juist niet meer belangrijk zijn. Gek dat we iets willen normaliseren door het bijzonder te maken! Voelt heel dubbel.
Het is een probleem wat we kunnen oplossen. We, ja. Want mijn handicap is niet alleen míjn probleem, het is óns probleem. Iedereen moet en kan het helpen oplossen. Door samen te werken met mensen om je heen. We moeten allemaal gebruik maken van dat wat we wel én niet kunnen.

Ieders talent wordt mede bepaald door de dingen die hij niet goed kan.

Mari Sanders

Benieuwd naar wat voor oefeningen ik doe? Laat het dan even weten! Ga ik daar een filmpje van laten maken door de fysio.

Rolstoel Roadmovie afl. 1 (2)

In het vorige blog heb je een deel kunnen lezen van mijn visie op de eerste uitzending van ‘Rolstoel Roadmovie’. Er gebeurde best veel in de aflevering dat ik de moeite waar vond om te vertellen. Het blog werd daardoor lang maar iets eruit laten vond ik lastig. Bij het stuk over Griekenland werd dat niet anders.  Vooral dat gedeelte van de uitzending heeft op mij behoorlijk wat indruk gemaakt. Ik vond het daarom beter om daarover apart een blogje te schrijven.

Mari begint met een stukje geschiedenis: Aristotelis (dichter, jurist en politicus) geloofde in zijn tijd dat het beter was om ‘misvormde’ kinderen het recht van het leven te ontnemen. In hoever leeft dat denkbeeld nu nog steeds?
Mari spreekt met Antonis Rellas, filmmaker en activist die opkomt voor mensen met een handicap. Vooral voor mensen die in een instituut wonen. Ook ontmoet hij leden van ‘Zero Tolorence’ een groep die landelijke kwesties anders willen aanpakken om de positie van gehandicapten te veranderen.
Ze vertellen dat ze in 2015 ‘Lechaina’, een instelling waar gehandicapten woonden, vier dagen bezet hebben. Een plek waar mensen in kooien zitten opgesloten, volledig geïsoleerd. Zonder goede medicijnen. Bewoners krijgen wel medicijnen (40 per dag!), maar niet de medicijnen die ze nodig hebben. Het is een instelling waar je niet meer uitkomt.
Mari krijgt beelden te zien van de bezetting: gehandicapte kinderen opgesloten in kooien, vastgebonden in hele rare houdingen. Eén kind zit in zo’n rare houding vast gebonden dat het met geen mogelijkheid kan liggen. En zo lagen 36 van 50 mensen vastgebonden in zulke kooien, waarvan één persoon zelfs al 22 jaar lang.

Het personeel van ‘Lechaina’ denkt dat ze het goed doen, maar zeggen tegelijkertijd dat ze instructies van dokters volgen.
Door het bezoek van ‘Zero Tolorence’ krijgen ze een beetje door dat wat ze doen echt niet goed is! Ze hadden niet verwacht dat gehandicapten zo voor zichzelf en elkaar zouden opkomen.
Na de bezetting kwam er een akkoord met het verzoek van een Britse organisatie en ‘Institute of Child Health’  om het instituut te sluiten.
Een paar jaar later is de instelling nog steeds open en Mari mag gaan kijken hoe het er daar nu aan toe gaat. Er zijn nog een paar houten kooi-bedden maar die worden gelukkig niet meer gebruikt. Bewoners liggen nu in gewone bedden.

Het instituut sluiten klinkt simpel maar zo makkelijk gaat dat niet. Bij mensen moet ook een knop om: hoe sterk geloven zij dat iemand met een handicap het recht heeft om een zo normaal mogelijk leven te hebben? Om net als anderen deel uit te kunnen maken van de maatschappij?
Zorgen voor nieuwe mogelijkheden kost tijd, maar binnen drie jaar zal de instelling sluiten. Of dat ook echt zo zal zijn, is de vraag. Er was nu natuurlijk een camera bij en dan kun je niet iets zeggen waar men niet tevreden mee is!
‘Lechaina’ is één van de 100(!!) instituten in het land en dit is de meest extreme. Als het lukt om dit instituut te sluiten, geeft dat goede hoop dat alle anderen ook gesloten zullen worden.

Het idee dat mensen met een handicap in een land dat bij de EU hoort zo behandeld worden is bizar. We roepen best wel vaak dat hier van alles anders moet, maar als je dan deze beelden ziet… Blij dat ik in Nederland geboren ben!